Juridisch kader aquathermie

15-11-2019
816 keer bekeken
Aquathermie is technisch een goed ontwikkelde warmtebron. Er zijn al twintig jaar praktijkervaringen opgedaan. Om aquathermie op grote schaal in te kunnen zetten voor de verwarming en koeling van gebouwen is nog wel meer kennis nodig op het gebied van bijvoorbeeld governance en de gevolgen voor de ecologie van het water. Hiervoor werkt NAT met een onderzoeksagenda. 


Onderzoeksagenda NAT

De onderzoeksagenda is het uitgangspunt voor de komende jaren van NAT om vragen voor grootschalige toepassing van aquathermie te beantwoorden. De onderzoeksvragen gaan over governance, juridische onderwerpen, financiering, samenwerking, maatschappelijke business cases en praktijk. De agenda is een levend document: nieuwe inzichten zullen nieuwe vragen opleveren. Veel kennisvragen in de onderzoeksagenda van Netwerk Aquathermie worden opgepakt in het warmtecollectief WarmingUp.

Universiteit Utrecht onderzocht in opdracht van STOWA, RWS en Dunea het juridisch kader van aquathermie. Het gaat onder andere in op het eigendom van de warmte, de verdeling van warmte uit water over verschillende warmtevragers en de vereisten van een contract met meerdere partners.


Samenvatting

In de huidige juridische regels is er veel ruimte voor waterbeheerders en drinkwaterbedrijven om de mogelijkheden van aquathermie te (laten) benutten. Het is daarbij belangrijk dat zij transparant beleidskeuzen maken en die goed onderbouwen. Dat blijkt uit onderzoek van de Universiteit Utrecht.

De conclusie is dat er een grote juridische speelruimte bestaat om de mogelijkheden van aquathermie te benutten. De bestaande wet- en regelgeving zoals de Warmtewet geeft veel vrijheid aan de bronhouders om eigen beleid te maken.

Overheden kunnen zelf bepalen in hoeverre ze een actieve rol willen spelen. Zij kunnen kiezen welke projecten ze ondersteunen, maar mogen ook een meer afwachtende houding innemen. Daarnaast is het toegestaan dat overheden zelf warmte produceren, distribueren en leveren.
 

TEA, TEO en TED onderzocht

In het onderzoek zijn drie projecten met thermische energie uit respectievelijk afvalwater, drinkwater en oppervlaktewater nader bekeken. Aan de hand van de juridische uitdagingen in deze projecten komen zij tot de volgende constateringen over de mogelijkheden van de verschillende partijen:

  • Gemeenten, provincies en het Rijk kunnen zonder meer het realiseren of stimuleren van aquathermie als publieke taak aanmerken.
  • Rijkswaterstaat heeft vooral een faciliterende rol bij de totstandkoming van aquathermie.
  • Waterschappen kunnen deze activiteiten zonder risico ontplooien, als die bijdragen aan de doelmatige vervulling van hun wettelijke taken. Willen waterschappen aquathermie stimuleren vanwege de transitie naar een duurzaam energiesysteem, dan komen zij in een grijs gebied terecht. Het risico bestaat dat hun besluiten met succes aangevochten kunnen worden.
  • Drinkwaterbedrijven kunnen zich bezighouden met aquathermie, op voorwaarde dat deze activiteit financieel en administratief gescheiden blijft van de vervulling van hun taken op basis van de Drinkwaterwet.


Beleidskeuzen goed onderbouwen

Overheden en bronbeheerders kunnen zelf een rol op zich nemen in de warmteketen, andere partijen inschakelen of partijen ondersteunen die aquathermie van de grond willen krijgen. Zij staan daarbij voor de uitdaging om beleid te ontwikkelen over hoe ze van hun juridische mogelijkheden gebruik willen maken.

Het is belangrijk dat beleidskeuzen goed worden onderbouwd en de samenwerking met andere partijen transparant is. Dit betekent dat bestuurders de vraag moeten beantwoorden op welke wijze zij ‘hun’ water willen inzetten als duurzame warmtebron en in hoeverre zij hierin zelf willen sturen.

De onderzoekers doen de aanbeveling om een rol te kiezen die past bij de beschikbare capaciteit. Wie een meer actieve rol bij het realiseren van aquathermie wil spelen, moet over de nodige technische, financiële en juridische expertise beschikken.

Een andere raad is om zorgvuldig naar de financiering te kijken. Een bijdrage tot 35 miljoen euro aan een project is denkbaar. Wel geldt dat hoe groter de bijdrage aan een project is, hoe zwaarder de procedure en strenger de eisen zijn. Enige terughoudendheid is wenselijk, aldus de Utrechtse onderzoekers.
 

Conclusies uit het rapport op een rij

1.       Overheden hebben veel vrijheid.

Zij mogen zelf kiezen, in hoeverre ze een actieve rol willen spelen bij de totstandkoming van aquathermie. Zij mogen zelf kiezen, welke projecten zij willen ondersteunen, maar mogen ook een meer afwachtende houding aannemen. Bronhouders zullen hiervoor beleidskaders moeten ontwikkelen. Daarbij is het nuttig, als zij informatie hierover met elkaar uitwisselen. In een volgend project kan dit verder gefaciliteerd worden.

2.       Schaarse warmte verdelen is een kwestie van kiezen.

Bronnen die geschikt zijn voor aquathermie hebben een beperkt potentieel. Het is goed moge­lijk, dat er meer liefhebbers zijn om die warmte te exploiteren of af te nemen, dan kunnen worden gefaciliteerd. Bronhouders hebben dan een rol in het verdelen van de warmte. Ook hier geldt, dat zij veel vrijheid hebben om eigen beleid te maken. De verdeling van schaarse warmte moet wel aan een aantal randvoorwaarden voldoen. De verdelingsproce­dure moet transparant zijn, en aan alle geïnteresseerden moet in beginsel de mogelijkheid geboden worden mee te dingen. Bij het vaststellen van de criteria op basis waarvan de verde­ling plaatsvindt, bestaat grote vrijheid, al geldt wel een motiveringsplicht. Ook hier geldt, dat bronhouders zich zullen moeten buigen over de vraag, hoe zij schaarse warmte willen verdelen.

3.       Overheden mogen warmte produceren, distribueren en leveren.

Overheden mogen zelf door middel van aquathermie warmte produceren. Zij mogen ook zelf deze warmte distribueren en leveren aan verbruikers. De Wet M&O verplicht hen mark­conform te handelen, en verbiedt andere overheden te bevoordelen ten opzichte van private ondernemingen. Is het schenden van die regels in het algemeen belang, dat kan dat echter mogelijk gemaakt worden door een algemeenbelangbesluit.

4.       Overheden hebben ruime mogelijkheden voor samenwerking met publieke partners.

Overheden hebben veel vrijheid bij het kiezen van publieke partners, met wie zij samen willen werken in het tot stand brengen van projecten. Contracteren zij met publieke partners, dan is het aanbestedingsrecht wel van toepassing. Er gelden, wanneer overheden samenwerken, echter veel uitzonderingen op de aanbestedingsplicht.

5.       Overheden moeten private partners in beginsel via aanbestedingen selecteren.

Overheden moeten, wanneer zij willen samenwerken met private partijen, rekening houden met het aanbestedingsrecht. Contracteren zij met private partijen, dan zal doorgaans de over­eenkomst moeten worden aanbesteed. Zij zijn dus niet vrij om samen te werken met een vertrouwde partij, tenzij ze een beroep kunnen doen op een uitzondering. Wil de overheid gebruik maken van een bestaand warmtenet, dan is er slechts één partij die daar toegang toe kan verschaffen. Een aanbesteding is dan niet nodig.

6.       Overheden kunnen financieel bijdragen aan aquathermie.

Overheden hebben ruime mogelijkheden, om financieel bij te dragen aan aquathermie. Het is wel van belang, dat ze daarbij zorgvuldig naar de toepasselijke regels kijken. Daar is onder­steuning vanuit de centrale overheid bij voorzien.

7.       Levering van warmte aan kleinverbruikers, is niet voor de faint of heart.

Overheden die zelf leveren aan kleinverbruikers, krijgen te maken met de Warmtewet. Omdat kleinverbruikers sterk afhankelijk zijn van hun leverancier, worden zij op diverse manieren tegen hem beschermd. Wie aan kleinverbruikers wil leveren, neemt daarmee aanzienlijke verantwoordelijkheden op zich. Is dat niet wenselijk, dan is het verstandig de levering over te laten aan een partij, die daar goed voor toegerust is. Let op: het ‘ter beschikking stellen’ van warmte of koude aan kleinverbruikers, is levering van warmte in de zin van de Warmtewet! Dat die verbruikers dan zelf een warmtewisselaar en/of warmtepomp moeten installeren, maakt dat niet anders.

8.       Vergunningen zijn nodig, maar zelden een obstakel.

Voor het realiseren van een project, zijn zonder meer vergunningen nodig. Welke vergun­ningen dat zijn, is afhankelijk van de technische kenmerken van het project. De meeste generieke verplichtingen zullen zelden tot problemen leiden. Voor locatie specifieke regels en vergunningen ligt dat anders. Aquathermie in natuurgebieden realiseren vereist op zijn minst veel onderzoek, en verdient qua gebruiksgemak geen aanbeveling.

Bericht in H2O: https://www.h2owaternetwerk.nl/h2o-actueel/grote-juridische-speelruimte-bij-aquathermie

Afbeeldingen

Twitter

Cookie-instellingen