Financiering

De overstap naar aardgasvrije verwarming is een grote verandering voor Nederland. Belanghebbende partijen die met aquathermie een bijdrage willen leveren aan de energietransitie zoeken hiervoor financieringsmogelijkheden die de kosten voor bewoners zo weinig mogelijk verhogen.


Hoe kan grootschalige toepassing van aquathermie (langjarig) gefinancierd worden? Deze en andere vragen zijn opgenomen onder het thema ‘financiering aquathermieprojecten’ in de onderzoeksagenda van Netwerk Aquathermie. De Nederlandse Waterschapsbank is trekker voor de uitvoering van dit onderzoeksthema. Op 1 oktober 2020 is Balance als partij toegetreden tot het Netwerk Aquathermie. Hun bijdrage aan de Green Deal Aquathermie richt zich op het vergroten van het inzicht in tariefstructuren. Lees het nieuwsbericht over de toetreding van Balance.
 

Whitepaper

BNG Bank en AKD Advocaten hebben een whitepaper opgesteld over de financiering van warmtenetten. Zij presenteren daarin twee denkrichtingen:

  • regionaal warmtebeheerbedrijf
  • nationale garantiefaciliteit met nationale uitvoeringsorganisatie

De schrijvers willen met het paper gedachtevorming aanjagen voor aanvullend instrumentarium voor de haalbaarheid van financiering van warmteprojecten. 
 

SDE++

De Stimuleringsregeling Duurzame Energieproductie (SDE+ regeling) wordt vanaf 2020 verbreed naar de SDE++. De SDE+ zich richt op de productie van duurzame energie, de SDE++ focust zich op CO2-reductie. Daardoor komen nieuwe technieken, zoals aquathermie, in aanmerking voor de subsidieregeling.

Naar aanleiding van het advies (2019) van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) heeft het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) aquathermie toegevoegd aan de SDE++ regeling. Aquathermie uit oppervlaktewater (TEO) en afvalwater (TEA) zijn als categorieën toegevoegd aan SDE++. In een Tweede Kamerbrief van 14 september 2020 blijkt dat ook aquathermie uit drinkwater (TED) wordt toegevoegd aan de SDE++. Passage uit de Kamerbrief: In aanvulling op mijn eerdere Kamerbrief stel ik de categorie voor thermische energie uit afvalwater ook open voor thermische energie uit drinkwater. Deze categorie is weliswaar niet specifiek door het PBL doorgerekend, maar heeft volgens PBL wel dezelfde subsidiebehoefte. Hiermee faciliteert de komende openstellingsronde een grotere diversiteit aan aquathermieprojecten.

Aquathermie voor de glastuinbouw komt in 2020 nog niet in aanmerking voor subsidie uit de SDE++. PBL rekent deze techniek door voor de openstelling van de subsidieregeling in 2021.

De subsidieregeling wordt opengesteld van 24 november t/m 17 december 2020. 
Lees meer over de regeling in de brochure SDE++. Of bekijk het voorlichtingsfilmpje waarin de SDE++ 2020 duidelijk wordt toegelicht. Heel handig bij de voorbereiding van een subsidieaanvraag.
Meer actuele informatie over de SDE++ en andere subsidieregelingen vind je op de website van RVO.
 

Vragen en antwooden over SDE++

De Kamerbrief van 17 februari 2020 heeft geleid tot een aantal vragen over aquathermie in de SDE++. Hieronder publiceren we deze vragen en antwoorden. 
 

Vragen
Antwoorden van RVO
Waarom is het advies van PBL over de hoogte van de subsidie voor TEO niet gevolgd (advies zegt 11,5 cent/kWh, brief zegt 9 cent/kWh)?
Het PBL-advies voor TEA is wel gevolgd (7,7 cent/kWh).
EZK heeft aangegeven maximaal 300 EUR/ton te willen subsidiëren. Thermische energie uit oppervlaktewater (TEO) kwam hoger uit (452 EUR/ton) en daarom hebben ze het basisbedrag teruggerekend vanaf 300 EUR/ton. Het basisbedrag volgt dan uit de formule: Basisbedrag * Emissie-factor + Lange termijn prijs = (300 * 0,166 / 1000) + 0,040 = 0,0898 afgerond 0,09 EUR/kWh.
In de Kamerbrief staat: 'Bij TEA wordt warmte middels een warmtewisselaar onttrokken uit het gezuiverde afvalwater van een afvalwaterzuivering'. Er kan ook warmte uit ongezuiverd rioolwater worden gewonnen (riothermie). Waarom wordt riothermie niet meegenomen in de regeling? Antwoord van RVO (maart 2020): "De definities van de categorie en van ‘afvalwater’ liggen nog niet vast. De categorie wordt in de komende periode tot aan de zomer vormgegeven."

Inmiddels is duidelijk dat de definitie voor de regeling van 2020 niet is aangepast. Precieze redenen zijn niet bekendgemaakt.
In de Kamerbrief staat dat er geen sprake kan zijn van koudelevering door dezelfde installatie. Wat is de redenering van deze uitsluiting? De subsidieregeling SDE++ is bedoeld voor de financiering van de ‘onrendabele top’ van projecten. Het PBL-advies geeft aan dat er alleen een onrendabele top is als het systeem alleen voor warmtelevering wordt gebruikt. Systemen met een WKO met zowel warmte- als koudelevering zijn waarschijnlijk rendabel.  Systemen met warmte- en koudelevering zullen dus worden uitgesloten.



Er is elk jaar voortschrijdend inzicht, waarmee de regeling wordt verrijkt. Dit jaar is aquathermie als categorie toegevoegd. In het Netwerk Aquathermie is veel expertise aanwezig. NAT kan daarmee de afweging bij het Ministerie van EZK van cijfers uit de praktijk voorzien.

NAT hoopt dat riothermie volgend jaar ook expliciet onder TEA wordt geschaard. Daarnaast hoopt NAT dat systemen met warmte- en koudelevering ook voor SDE++ in aanmerking komen. Combinatie van warmte- en koudelevering door aquathermie is juist bij hoge isolatiewaarden van de gebouwde omgeving kansrijk, omdat de vraag naar koeling van de gebouwen stijgt. Vanaf 1 januari 2021 moeten alle nieuw te bouwen gebouwen voldoen aan de Bijna Energieneutrale Gebouweisen (BENG). Met deze BENG-norm wordt de combinatie van warmte- en koudelevering nog noodzakelijker.
Rendabiliteit van de combinatie van warmte én koudelevering is voor bijvoorbeeld kantoorgebouwen al een feit. Voor complete woonwijken, en zeker bij bestaande bouw, is dit echter een ander verhaal.
Door de combinatie van warmte- en koudelevering uit te sluiten van SDE++ subsidie, kunnen minder energiezuinige systemen voor koeling de voorkeur krijgen.

Meer info over aquathermie in de SDE++ in de Staatscourant van 22 september 2020. (zie § 3.4 Andere technieken ter vermindering van broeikasgas en de Toelichting 5.4 Andere technieken ter vermindering van broeikasgas).

Cookie-instellingen